Diana Minnaert
Diana Minnaert
10 juli 2017

Hoe je een populist herkent aan zijn taalgebruik

Het zal je niet verbazen dat Donald Trump een populist is. Maar hoe leid je dat af uit de manier waarop hij spreekt? Voor mijn masterscriptie onderzocht ik dit vraagstuk, en vergeleek ik het taalgebruik van Donald Trump met dat van Hillary Clinton. Drie kenmerken om een populist mee te ontmaskeren.

Afbeelding Populisme Blog Diana Minnaert

Wetenschappers definiëren populisme op uiteenlopende manieren: als ideologie, strategie, politieke logica of beweging. In het onlangs verschenen The Global Rise of Populism pleit politicoloog Benjamin Moffitt ervoor populisme te zien als communicatiestijl. De manier waarop populistische partijen communiceren is namelijk grotendeels hetzelfde.

Spreken tot kiezers
Een belangrijk onderdeel van een populistische communicatiestijl is taalgebruik. Met taal kunnen populisten immers spreken tot kiezers. Die kiezers, ‘het volk’, zijn de kern van populisme. Populistische politici claimen te spreken namens het volk en de zwijgende meerderheid van een stem te voorzien. Daaruit volgt het eerste kenmerk van populistisch taalgebruik:

1. Een populist spreekt de taal van het volk
Populistische politici spreken een eenvoudige, ‘volkse’ taal die begrijpelijk is voor een groot publiek. Waar je dat aan herkent? Donald Trump gebruikt concrete woorden en formuleert eenvoudige zinnen, terwijl Hillary Clinton juist een redelijk complexe communicatiestijl heeft met lange zinnen en abstracte termen. Vergelijk de volgende uitspraken, waarin ik de concrete en abstracte woorden van beide sprekers onderstreepte.

Trump: They create warheads and we can’t. The Russians can’t believe it. She has been outsmarted by Putin and all you have to do is look at the Middle East. They’ve taken over.

Clinton: So many states are putting very stringent regulations on women that block them from exercising that choice to the extent that they are defunding planned parenthood which, of course provides all kinds of cancer screenings and other benefits for women in our country.

2. Een populist boezemt toehoorders angst in
Angst aanwakkeren en gevaren benadrukken: dat ligt de meeste populisten wel. Ook Donald Trump spreekt, in tegenstelling tot Clinton, graag en veel over dreigende crises. Die hoeven niet daadwerkelijk ophanden te zijn, als de kiezers er maar in geloven. Een bijkomend voordeel? De populist kan zich opwerpen als redder in nood. Kijk maar hoe Trump dat in zijn inauguratietoespraak aanpakte:

Trump: ‘Mothers and children trapped in poverty in our inner cities, rusted out factories scattered like tombstones across the landscape of our nation … This American carnage stops right here and stops right now.’

3. Een populist lapt normen en waarden aan zijn laars
Hillary Clinton is een ‘nasty woman’, Mexicaanse immigranten zijn ‘bad hombres’ en het gezicht van MSNBC-journalist Mika Brzezinski ‘was bleeding badly’ door een facelift. Terwijl traditionele partijpolitici zoals Clinton beschaafd en geleerd (willen) overkomen, geldt voor populistische politici zoals Trump eerder het tegenovergestelde. Die zijn direct, politiek-incorrect en sparen niemand in hun beledigingen.

Daarnaast laten ze weinig ruimte voor discussie. Hillary Clinton spreekt genuanceerd; Trumps uitingen zijn op zijn zachtst gezegd uitgesproken. Ook in dat opzicht lappen populisten de heersende normen en waarden van de politieke elite aan hun laars. Zoek de verschillen in de volgende uitspraken:

Trump: ‘It’s one of the worst deals ever made of any kind signed by anybody.’

Clinton:I think that is an idea that is not in keeping with who we are as a nation. I think it is an idea that would rip our country apart.’

Proef op de som
Ik nam het taalgebruik van Donald Trump en Hillary Clinton onder de loep, maar voorspel dat de kenmerken die ik hierboven beschreef ook te herkennen zijn in het taalgebruik van andere populistische politici. Let je voortaan op, als je luistert naar Geert Wilders of Marie Le Pen?