Diana Minnaert
Diana Minnaert
21 februari 2017

Gladde tongen en brugmannen: de praatjes van politici

Politici strijden voor het landsbelang. Dat is vaak minder spannend dan het klinkt. De Tweede Kamer is de arena voor urenlange discussies over complexe onderwerpen. Tegelijkertijd willen partijen maar wat graag dat jij op de hoogte bent van hun standpunten. Hoe verhelderen politici hun ingewikkelde boodschap? En welke risico’s kleven daaraan? Waarom je op moet passen voor mooie praatjes.

Afbeelding

Welsprekendheid
‘Doe maar gewoon, dan doe je al gek genoeg’. Dat devies stond tot de jaren negentig centraal in de Nederlandse politiek. Het debat bestond voornamelijk uit een beschaafde argumentenwisseling.
Tot Pim Fortuyn en Geert Wilders het podium betraden én sociale media een grotere rol gingen spelen. Welsprekendheid voerde ineens de boventoon in debatten.

Hoe korter, hoe beter
Politici bereiken ‘het volk’ sneller als ze een standpunt op een opvallende, krachtige manier verwoorden. Er zijn namelijk maar weinig burgers die het politieke debat in detail volgen. Daar hebben we geen tijd voor óf geen zin in. Dus is het voor politici belangrijk om complexe zaken begrijpelijk te maken. Hoe korter, hoe beter. Welke tactieken ze daarvoor inzetten? Bijvoorbeeld een ‘oneliner’: een heldere,
korte uitspraak die een complexe boodschap simpel overbrengt en in het geheugen blijft hangen.

Brood en bommen
Emile Roemer sprak tijdens de Algemene Politieke Beschouwingen over de oorlog in Syrië: ‘De mensen in Syrië hebben brood nodig, geen bommen’. De oorlog in Syrië is ontzettend ingewikkeld: meer dan 10 groeperingen nemen het tegen elkaar op. Emile Roemer waagt zich met deze oneliner niet aan de complexiteit van de situatie. Hij spreekt bijvoorbeeld over ‘de mensen’. Het bepaalde lidwoord ‘de’ zorgt ervoor dat je de diverse Syrische bevolking visualiseert als één afgebakende, homogene groep mensen. Ook de keuze voor ‘brood’ en ‘bommen’ is slim. Dit zijn voorbeelden van het stijlfiguur metonymie. Daarbij zeg je niet expliciet wat je bedoelt, maar gebruik je een woord dat ermee te maken heeft. Roemer gunt de Syrische bevolking natuurlijk niet alleen brood: hij wenst ze voldoende voedsel, een
dak boven hun hoofd, een veilige omgeving. En helaas vallen er niet alleen bommen: dat is slechts één voorbeeld van de vele geweldsvormen. Brood en bommen zijn delen die staan voor het geheel.

Pas op voor valse dilemma’s
Fijn toch, dat Roemer het abstracte concreet maakt? Je kunt de situatie zo voor je zien, en begrijpt
zijn standpunt maar al te goed. Maar met zijn mooie woorden zet ‘ie je wel op het verkeerde been. Hij begaat een drogreden: een redenering die misschien waar lijkt, maar dat niet is. Drogredenen bestaan in vele soorten en maten en zijn problematisch omdat ze een eerlijk debat kunnen belemmeren. Roemer presenteert een vals dilemma: hij doet alsof er maar twee mogelijkheden zijn, terwijl er in werkelijkheid een legioen aan opties is. Woorden als brood en bommen zijn nu eenmaal te simpel
om de oorlog in Syrië te beschrijven.

Laat je dus niet te snel verleiden door de mooie praatjes van politici. Sommige onderwerpen van debat zijn nu eenmaal erg ingewikkeld. Verheldering is dan fijn, maar kan ook zorgen voor een vertekend beeld. Als je erop let, kom je valse dilemma’s vaker tegen dan je lief is.