Meer informatie
Boudewijn Bugter T 088 - 227 22 42 Bekijk profiel
Floor van Riet T 088 - 227 22 32 Bekijk profiel
Christiaan Lustig T 088 - 227 22 16 Bekijk profiel
Voor het aanmaken van een account ligt gebruik van een webformulier voor de hand. Een webformulier is tegenwoordig vaak geoptimaliseerd voor bruikbaarheid en conversie. Linda Spaanbroek van InfoMarketeers schreef daar op Frankwatching al over in haar artikel “7 tips om de conversie van je webformulier te verhogen“. Toch blijft een webformulier een ordinaire vraag om persoonlijke gegevens. Niet iets waar gebruikers om staan te springen. De gebruikservaring kan worden verbeterd door anders te kijken naar de plek en functie van een aanmelding.
Op steeds meer websites duiken knoppen op waarmee je kan inloggen met een bestaand account. Facebook Connect en Google Friend Connect zijn daarin aardig bekend, maar andere sociale netwerken hebben ook zulke mogelijkheden. Zo heeft de Nederlandse start-up Peerz een LinkedIn login. Open social of open commerce worden deze methoden ook wel genoemd.
Een paar tips voor het toepassen van deze authenticatiemethoden:
Een andere manier van herkenning is door geografische locatie. FourSquare, Gowalla, Google Latitude en Feest.je zijn daar voorbeelden van. Echt nuttig is dat natuurlijk als de aangeboden diensten ook locatiegebonden zijn.
Toch blijft er in deze gevallen nog een klein drempeltje over. Gebruikers zullen eerst op de inlogknop moeten drukken voordat ze verder kunnen om hun taken uit te voeren. Dat kan natuurlijk ook anders: eerst de lol, dan de formaliteiten.
In zijn boek ‘Web Form Design: Filling in the Blanks’ beschrijft Luke Wroblewski het principe van gradual engagement, ofwel stapsgewijze betrokkenheid. In plaats van te beginnen met het aanmaken van een account kan een gebruiker direct een taak uitvoeren. Het plannen van een reis met Tripit bijvoorbeeld. Dat begint met het forwarden van bevestigingse-mail van een vlucht of een hotel. In dat proces is wel een e-mailadres nodig, maar een webformulier in traditionele zin is nergens te bekennen.
Twitter heeft laatst de aanmeldprocedure aangepast en krijgt volgens Luke Wroblewski daardoor 29% meer aanmeldingen. Ondanks een extra scherm in die procedure. Eerst wordt gevraagd naar zaken waar gebruikers in geïnteresseerd zijn, zoals hobby’s en vrienden. Daarna volgen de details over adressen, wachtwoorden en verificatie. Het initiële enthousiasme blijft daardoor hoog, en de betrokkenheid neemt toe. De conversie is hoger, omdat deze een natuurlijke plek in de procedure heeft.
Om stapsgewijze betrokkenheid goed toe te passen heeft Luke Wroblewski de volgende tips:

Het kan ook zonder account. Posterous, een blogging tool tussen Twitter en Wordpress in, heeft dat zelfs als onderscheidend voordeel op de homepage gezet. Alle communicatie verloopt via e-mail.
Stap 1 is de inhoud mailen naar het adres van posterous; stap 2 is de publicatie op internet, met een bevestiging in je mailbox. De keuze voor alleen e-mail heeft ook weer zijn beperkingen, maar dat neemt niet weg dat het voor bepaalde taken een zeer gebruiksvriendelijke methode is.
Privacy en transparantie zijn tegenargumenten voor deze methode. En dat kan voor veel organisaties inderdaad belangrijk zijn. Maar de zorgen daaromheen moeten dan wel leven bij de daadwerkelijke gebruikers. En dat kan best nog wel eens meevallen.
Accountregistratie met een webformulier is geen noodzaak. De taken van gebruikers analyseren vormt daarin een onmisbare stap. Als registratie een lage prioriteit heeft, moet dat zo eenvoudig en laat mogelijk in de gebruikservaring terugkomen. Of als de webdiensten zich daarvoor lenen: helemaal niet. Niet voor iedereen geschikt, maar als gedachtenoefening kan het een frisse blik op de eigen dienstverlening geven.