Jaarverslagen horen volgens mij tot de categorie slechtst gelezen communicatiemiddelen. En dat is ook niet zo verwonderlijk. Ik zie nog altijd veel jaarverslagen langskomen die een ‘moetje’ lijken te zijn. Ze verschijnen te laat, zijn te lijvig en verliezen de lezer uit het oog. Niemand die het dan nog wil lezen. En dat is zonde, want het resultaat én het proces kunnen zo leuk en waardevol zijn.
Ik vind het produceren van een jaarverslag altijd een mooi ijkpunt. De missie, visie en strategie van een organisatie krijgen op geen ander moment zoveel aandacht. Hoe staat het ermee? Hoe verhoudt de strategie zich tot de dagelijkse praktijk? Worden we er nog door geïnspireerd? Worden medewerkers er nog door geraakt en gevoed?
Bij het Centrum Ondergronds Bouwen vormde het verslag niet alleen een naslagwerk, maar ook een visiedocument, waarmee deze kennisorganisatie het netwerk versterkt. Medewerkers van de Sociale Verzekeringsbank vertellen dat ze door hun sociaal jaarverslag trots waren dat ze bij deze organisatie werken. Ze voelen zich aangesproken. Daar doe je het voor! Niet om een plichtmatig verslag af te leveren, maar om de lezer te inspireren.
En eigenlijk weet iedereen dat ook. Iedereen kent ook de valkuilen, zoals gebrek aan tijd. Of interne stakeholders die allemaal hun zegje moeten doen en voorkeur hebben voor een afstandelijk, plechtig toontje. Start daarom nu al met het jaarverslag, stel een inspirerend doel, kies dit jaar de vorm en de schrijfstijl die je altijd al wilde. Zo overtuig je iedereen door te laten zien hoe het ook kan. En maak je geen ‘moetje’ meer, maar een jaarverslag dat iedereen wíl lezen.
Robbert Jan Sabel
